Groeien in je eigen tempo: ieder kind ontwikkelt zich anders

Wanneer wordt mijn kind zindelijk? Wanneer kan mijn kind zelf zijn jas aantrekken? Wanneer gaat mijn kind zelfstandig naar het toilet? En waarom lijkt een ander kind van dezelfde leeftijd al zoveel verder?

Als ouder is het heel normaal om jezelf dit soort vragen te stellen. We vergelijken nu eenmaal. Met andere kinderen op de opvang, met vriendjes en vriendinnetjes en soms ook met hoe het bij een broer of zus ging. Maar ontwikkeling is geen wedstrijd. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo.

Bij Dak kijken we daarom niet alleen naar wat een kind al kan, maar vooral naar wat een kind nodig heeft om een volgende stap te kunnen zetten.

Ontwikkeling heeft geen vaste route

Kinderen ontwikkelen zich allemaal, maar niet allemaal op dezelfde manier of op hetzelfde moment. Het ene kind praat al vroeg veel, terwijl een ander kind eerst vooral goed kijkt en luistert. Een kind kan snel zelfstandig eten, maar heeft misschien langer hulp nodig bij het aantrekken van een jas.

Dat is normaal.

Ontwikkeling gaat bovendien niet altijd vooruit in een rechte lijn. Soms lijkt een kind een grote sprong te maken en daarna even stil te staan. Ook kan een kind iets op de opvang heel goed zelf doen, maar thuis ineens weer hulp vragen. Dat betekent niet dat het iets verleerd is. Een andere omgeving, een drukke dag of behoefte aan nabijheid kan ervoor zorgen dat een kind tijdelijk wat meer ondersteuning nodig heeft.

Zindelijk worden: wanneer is een kind eraan toe?

Een mooi voorbeeld van ontwikkeling op eigen tempo is zindelijk worden.
Het ene kind is rond de twee jaar nieuwsgierig naar het toilet, terwijl een ander kind pas veel later interesse krijgt. Er is daarom niet één moment waarop een kind ‘zindelijk hoort te zijn’.
Belangrijker is kijken naar signalen van het kind. Bijvoorbeeld: kan een kind zijn eigen broek al naar beneden trekken? Is hij aan het oefenen met zijn zelfstandigheid? Samen met de pedagogisch professionals kun je kijken wat past bij jouw kind, zodat opvang en thuis één lijn volgen. Op de groep kunnen kinderen op een ontspannen manier kennismaken met het potje of toilet. Zonder druk en zonder dat het een prestatie wordt.

Wat kan je als ouder thuis doen?

Ook thuis kun je kinderen helpen om stap voor stap zelfstandiger te worden.
Geef bijvoorbeeld kleine keuzes: “Wil je je rode of blauwe sokken aan?”

Of laat je kind eerst zelf proberen de jas aan te trekken voordat je helpt. Geef daar rustig de tijd voor, ook als het sneller is om het zelf te doen. Bij zindelijk worden kun je het potje of toilet onderdeel maken van de dagelijkse routine. Bijvoorbeeld voor het slapen of na het eten. Maak er geen strijd van als je kind niet wil.

En misschien wel het belangrijkste: vergelijk je kind zo min mogelijk met andere kinderen. Een ander kind dat al zindelijk is, zelf zijn veters strikt of zelfstandig naar school fietst, zegt niets over wanneer jouw kind eraan toe is.

Kleine stapjes zijn óók grote stappen

Een kind dat vandaag voor het eerst zelf zijn jas aantrekt. Een peuter die uit zichzelf op het potje gaat zitten. Een kind dat op de BSO zelf een oplossing bedenkt voor een probleem.
Het zijn misschien kleine momenten, maar voor een kind zijn het grote stappen.

Bij Dak geven we kinderen de ruimte om te oefenen, fouten te maken, opnieuw te proberen en trots te zijn op wat ze zelf kunnen. Met ondersteuning wanneer dat nodig is en steeds iets meer ruimte wanneer een kind eraan toe is.

Want groeien betekent niet dat je zo snel mogelijk alles zelf moet kunnen.

Groeien betekent ontdekken wat je kunt, vertrouwen krijgen
en stap voor stap steeds een beetje meer zelf doen.

Of een kind nu op het kinderdagverblijf, de peuteropvang of de BSO komt: we kijken naar het kind dat voor ons staat.
Wat kan het al? Waar wordt het nieuwsgierig van? Waar heeft het hulp bij nodig? En wat is een passende volgende stap?
Zo krijgt ieder kind de ruimte om zich te ontwikkelen op een manier die bij hem of haar past.

Groeien in je eigen tempo bij Dak

Leuk dat je er bent!