Kansengelijkheid voor alle peuters in Nederland

22-02-18

Vorige week vergaderde de Tweede Kamer over de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid. VNG, PO-Raad, SWN, BK, BMK en BOinK hebben een plan ontwikkeld om kansengelijkheid voor alle peuters in Nederland te realiseren. Ze verzochten de commissie om hun peuterplan te betrekken in het Algemeen Overleg over onderwijsachterstandenbeleid. Ook Dak kindercentra pleit voor een kansengelijke en integrale peutervoorziening.

De afgelopen decennia heeft de kinderopvangsector zich sterk ontwikkeld van opvang van kinderen naar instellingen waar de pedagogische kwaliteit en ontwikkeling van kinderen voorop staat. Wanneer de uitbreiding van de kinderopvangtoeslag, de extra budgetten voor voorschoolse educatie en de al eerder beschikbaar gestelde ‘Asscher gelden’ integraal en in samenhang bekeken worden, ontstaat de mogelijkheid om ouders van álle kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar een robuuste combinatie van voorschoolse educatie en kinderopvang te bieden.

De ambitie van het kabinet is het bestrijden van kansenongelijkheid in het onderwijs en het stimuleren van talent. Het kabinet erkent met zijn extra investering in de voorschool het belang van peutervoorzieningen, maar de keuze om alleen te investeren in peuters met een achterstand is niet genoeg. Met het plan van VNG, PO-Raad, SWN, BK, BMK en BOinK zou binnen de financiële kaders van het Regeerakkoord kansengelijkheid voor alle peuters gerealiseerd kunnen worden met als lange termijn doel om voor álle kinderen een goede start mogelijk te maken. Het uitgewerkte model gaat uit van reële kosten van kwalitatief hoogwaardige voorzieningen en versterkt de doorgaande leerlijn naar het primair onderwijs.

Het peutermodel stimuleert gelijke kansen voor alle kinderen en stelt de ontwikkeling van alle kinderen centraal. Kinderen met achterstanden krijgen daarbij de aandacht die nodig is. Het model maakt ook een einde aan de segregerende werking van de huidige voorzieningen. Alle peuters kunnen naar dezelfde kwalitatief hoogwaardige voorziening. Het stimuleert arbeidsparticipatie van de ouders doordat ieder kind recht krijgt op 16 uur toegang en vergroot de stabiliteit van de kinderopvang doordat peuters ongeacht de werksituatie van hun ouders een toegangsrecht hebben.

Ook wij roepen, samen met VNG, PO-Raad, SWN, BK, BMK en BOinK,  de Tweede Kamer op om de begrote middelen zodanig goed te besteden dat de arbeidsparticipatie van ouders én de ontwikkeling van jonge kinderen gestimuleerd worden.

Zo bereiken we op de lange termijn een basisvoorziening voor álle kinderen.