KIK zet vraagtekens bij basisonderwijs voor 2,5-jarige peuters

« terug naar overzicht

Dinsdag, 22 Februari 2011

Minister van Bijsterveldt start deze zomer met een landelijke proef waarbij peuters van 2,5 jaar met een (taal)achterstand vroegtijdig naar de basisschool gaan vijf ochtenden per week. Uiteindelijk wil de Minister alle kinderen van 2,5 jaar naar school sturen. KIK (Kwaliteit In Kinderopvang, een vereniging van 12 kinderopvangorganisaties die verantwoordelijk zijn voor ongeveer 85.000 kinderen) is van mening dat het belang van het kind niet wordt gediend met dit experiment. De vraagtekens die zij plaatst bij het plan, heeft zij voorgelegd aan de Tweede Kamer. Tevens roept KIK de Minister op tot samenwerking met de kinderopvang bij het opzetten en invullen van de pilots om (taal)achterstanden bij jonge kinderen weg te werken. Dit kan aansluiten op het bij peuterspeelzalen en kinderdagverblijven opgestarte programma voor voorschoolse en vroegtijdige educatie (VVE) voor peuters met een achterstand.

KIK plaatst serieuze vraagtekens bij de beweegredenen van de bewindsvrouw. Prestatie-vergroting bij 2,5-jarigen is een doel waarvan KIK zich afvraagt of het realistisch en wenselijk is. Het belang van het kind lijkt in dit experiment ondergeschikt. De kinderen moeten aan verschillende omgevingen wennen op een dag, waar ze eigenlijk nog te klein voor zijn. ’s Ochtends naar school gaan en ’s middags nog naar de kinderopvang, kan te vermoeiend voor ze zijn. Bovendien is het voor 2,5-jarigen erg belangrijk dat zij zich kunnen hechten aan zo min mogelijk vaste begeleiders. In deze opzet krijgen zij met meer begeleiders te maken dan nodig is door de dagelijkse begeleiding te verdelen over onderwijs en kinderopvang. Daarnaast is het probleem van kinderen met een (taal)achterstand niet landelijk – het beperkt zich tot enkele regio’s - en geldt het zeker niet voor alle kinderen: zijn er effectievere en gerichtere methoden denkbaar om de (taal)achterstand bij de kinderen die dat nodig hebben weg te werken? Ook met betrekking tot de kosten en de concrete invulling (zoals begeleiding en groepsomvang) roept het voorstel de nodige vragen op. De kosten worden begroot op 300 miljoen euro, maar dat betreft alleen personeelskosten. Overige noodzakelijke aanpassingen komen zeker op nog 200 miljoen euro extra uit, heeft KIK berekend. Tevens wordt de vergelijking getrokken met de situatie in Vlaanderen, waar kinderen vanaf 3 jaar naar school gaan. Deze vergelijking wordt evenmin onderbouwd. Zijn kinderen in Vlaanderen wezenlijk slimmer en succesvoller dan Nederlandse kinderen? Ten slotte vraagt KIK zich af of het voorstel van Van Bijsterveldt niet eerder tot doel heeft het voortbestaan van de kleinere scholen te waarborgen dan het belang van het kind te behartigen.

Aansluiten bij bestaande programma’s
KIK roept de Minister op tot samenwerking met de kinderopvang bij de pilots. Deze kunnen aansluiten bij reeds bestaande VVE-programma’s, die zich richten op de totale ontwikkeling van het kind. Het gaat dan om taalontwikkeling, maar ook om cognitieve, sociale, emotionele, creatieve en lichamelijke ontwikkeling. Belangrijk is ook dat de ouders hier een doelgroep zijn: hen wordt geleerd hoe ze taal- en gedragsachterstanden kunnen voorkomen. Liever dan het wiel opnieuw uit te vinden met alle kosten en inefficiëntie van dien, pleit KIK voor de verdere versterking en ontwikkeling van het programma in combinatie met de doorlopende leerlijn naar het onderwijs.

Prestatie vs. ontwikkeling
KIK pleit daarbij voor een focus op ontwikkeling in plaats van op prestatie. 2,5-jarigen zijn nog niet toe aan prestatievergroting. Het spelenderwijs en ontwikkelingsgericht leren is binnen de kinderopvang een beproefde aanpak – ook voor kinderen met een (taal)achterstand. Door hen pedagogische hulpmiddelen op maat aan te bieden, leren de kinderen van de pedagogisch medewerkers en van elkaar. Zij doen in hun eigen tempo ervaring op, wat leidt tot een intrinsieke motivatie om te leren. Kinderen met een taalachterstand gaan als vanzelf mee in dit proces, leren spelenderwijs de taal en worden ingevoerd in de Nederlandse cultuur en attitude. Zo’n aanpak werkt niet stigmatiserend, maar is bij uitstek gericht op vroegtijdige integratie en binding.

Opstartkosten
Het experiment op basisscholen leidt volgens KIK-berekeningen tot investeringskosten van minstens een 0,5 miljard euro. Een vergelijkbare impuls zou in de kinderopvang leiden tot een kostenbesparing van 50 tot 60 miljoen euro op het overheidsbudget. De kinderopvang beschikt immers al over de juiste setting voor jonge kinderen. Locaties, middelen en groepen zijn ingericht op en uitgerust voor heel jonge kinderen. Meer dan 90% van de kinderen maakt daar nu ook al gebruik van. Het is onwaarschijnlijk dat op korte termijn voldoende hbo’ers, gespecialiseerd in het werken met zeer jonge kinderen, voorhanden zijn, zoals de Minister wil. De pedagogisch medewerkers van de kinderopvang zijn opgeleid in het omgaan met heel jonge kinderen én in het ontwikkelingsgericht werken. Samenwerking tussen de pedagogisch medewerkers en hbo-gediplomeerde onderwijskrachten biedt een goede oplossing, zonder dat een compleet nieuwe situatie hoeft te worden ingericht.

Nauw betrokken
KIK meent al met al dat de kinderopvang nauw betrokken zou moeten worden bij het invullen en vormgeven van de proef met basisonderwijs voor heel jonge kinderen. KIK biedt zich graag aan mee te denken over opzet en invulling van de pilot.


KIK (Kwaliteit in Kinderopvang) is een vereniging van kinderopvangorganisaties die gezamenlijk investeren in de kwaliteit van en het maatschappelijk debat over kinderopvang. Lid van KIK zijn twaalf maatschappelijke kinderopvangorganisaties die samen verantwoordelijk zijn voor ongeveer 85.000 kinderen en 11.000 werknemers, te weten: Kinderopvang Humanitas / Dak kindercentra / KinderRijk / Kinderstad / Stichting Kinderopvang Hilversum (SKH) / SKSG Kinderopvang / Surplus Kinderopvang / 2Samen / Spring Kinderopvang / TintelTuin / Kinderopvang Kanteel en Stichting Kinderopvang Alphen a/d Rijn (SKA).
X sluiten